Alles wat adem heeft


t.: “Lobe den Herren, o meine Seele” (psalm 146) van Johann Daniël Herrnschmidt (1714). Vertaling: Ad den Besten (° 1923) / m.: Ansbach 1664/1665 – Halle 1714

Een herdichting van psalm 146 oorspronkelijk in het duits door Johan Daniel Herrnschmidt (1675-1723), vertaald door Ad den Besten en te vinden in het liedboek voor de kerken onder nr. 21. Herrnschmidt was een dichtende professor die werkte in het centrum van het piëtisme.
Ad den Besten schreef in het Compendium bij het Ldk: Ofschoon er in de Duitse Evangelische kerk de eeuwen door geen grote voorkeur voor het zingen van psalmen heeft bestaan (immers oudtestamentische liederen), toch behoren er maar liefst drie bewerkingen van psalm 146 tot het in Duitsland graag gezongen repertoire. Die van Herrnschmidt is de meest populaire.
Dat Herrnschmidt een der voormannen van het piëtisme van Halle was, laat zich op grond van deze tekst niet vermoeden. Tenzij dan op grond van de vorm: de piëtisten waren, ondanks hun ingetogenheid, gek op dansen wiegende ritmen (zie ook Ldk 4345 en 439). De dichter heeft vrij nauwkeurig de tekst van de psalm gevolgd. Maar toch kon hij het niet laten, in strofe 3 een duidelijke toespeling op Romeinen 8 te maken en zelfs de naam van Jezus Christus te noemen. Omdat iets dergelijks in de rest van het lied niet gebeurt (afgezien van de doxologie op het einde), doet het min of meer als een “theologische stijlbreuk” aan. (Ignace Thevelein)

   
Terug naar overzicht