Lof zij God in de hoogste troon


t. en m.: “Gelobt sei Gott im höchsten Thron”, van Michael Weiss (± 1488-1534), 1531 en Melchior Vulpius, 1609, vertaald door Ad den Besten (° 1923)

Een meerstemmige zetting van dit lied is te vinden in het Geestelijk liedboek van de lage landen

De tekst is een vertaling door Ad den Besten van een lied van Michael Weisse: Gelobt sei Gott im höchsten Thron. Het vertegenwoordigt een liedtype (drie op elkaar rijmende regels met refrein) dat karakteristiek is voor de Boheemse Broeders en speciaal voor Michael Weisse. De dichter geeft een beknopte samenvatting van het verhaal van de verrijzenis volgens de synoptici, waarbij in het midden blijft, tot wie de woorden van de engel zijn gericht. Dit in onderscheid van het verwante en uitvoeriger lied ‘De Heer is waarlijk opgestaan’ (LdK 208 of ZJ 426)). Beide moeten wel worden herleid tot het Latijnse ‘Surrexit Christus hodie’, een anoniem lied uit de 14° eeuw, met dien verstande dat de strofen 5 en 6 bij Weisse van eigen vinding zijn. Drievoudig alleluia: een heilig lachen, dat door geen andere paasmelodie wordt overtroffen.
(Ignace Thevelein)

Achtergronden:

Liedbespreking van Ignace de Sutter
Toelichting op liedboekcompendium.nl

   
Terug naar overzicht