1e zondag van de veertigdagentijd

KerkjaarCyclus: A

Intredelied:
306 Een mens te zijn op aarde
315 Wij roepen, Heer
Antwoordpsalm:
P76 1e zondag van de veertigdagentijd - A
Vers voor het evangelie:
3c Barmhartig de Heer
Bij de bereiding van de gaven:
353 Met de boom des levens
715 Gij komt tot ons, gans onverwacht
Communiezang:
331 Jezus, diep in de woestijn
Slotlied:
327 Alles wat over ons geschreven is... veertig dagen
Gregoriaans:
52 Kyriale XVII
72 Attende Domine


De eerste zondag in de veertigdagentijd wordt ingezet met de intredezang 306: Een mens te zijn op aarde …Het is een schets van het programma van de christelijke pelgrimstocht naar Pasen:

Een mens te zijn op aarde …
- is leven van de woorden die opgeschreven staan …
- is komen uit het water en staan in de woestijn …
- is de dood aanvaarden, de honger en de dorst …
- is de Geest aanvaarden die naar het leven leidt; de mensen niet verlaten, Gods woord zijn toegedaan, … de duivel wederstaan.

Zo worden wij als gedoopten – komend uit het water – elk jaar opnieuw met Jezus en door zijn Geest de woestijn ingeleid. Daar spreekt de Heer tot ons hart; daar worden wij ons er van bewust hoezeer wij leven van zijn woord en van zijn brood. Zoals elk jaar volgt de oudtestamentische lezing in de zes zondagen naar Pasen een eigen route: de grote etappes van de heilsgeschiedenis worden doorlopen. Je zou kunnen zeggen: één grote wandeltocht die vandaag start in de tuin van Eden, waar God de Heer het eerste mensenpaar boetseerde, en die over zes weken eindigt in die andere tuin, waar Maria Magdalena en die andere Maria naar het graf komen zoeken van de Gekruisigde.

Omdat het verhaal van de schepping ook het verhaal is van de zondeval en zo meteen weer het eerste hoofdstuk van het wondere paasverhaal van Gods barmhartigheid, zingen we vandaag als antwoordpsalm verzen uit ps. 51 (50), met als keervers Heer, ontferm U, wij hebben gezondigd (P 76).

In de veertigdagentijd wordt er geen alleluia gezongen. In de plaats daarvan kan men acclamatie 3c zingen: Barmhartig de Heer en genadig. De inhoud ervan past bij verschillende zondagen uit deze periode.

In de veertigdagentijd gaan we dus dezelfde weg als Israël en als Jezus: door de woestijn, op weg naar het beloofde land. Als communiezang kunnen we, in aansluiting bij het evangelie, lied 331 zingen: Jezus, diep in de woestijn, eenzaam en vol vragen, voerde daar een zware strijd veertig lange dagen. Ofwel bidden we tot de Heer en schetsen we al de weg die voor ons ligt, met lied 327: Alles wat over ons geschreven is, gaat Gij volbrengen in de veertig dagen …